• 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0

Brandveiligheid

Brandveiligheid, iedereen heeft ermee te maken. Of u nu architect bent of eigenaar, aannemer of huurder, of alleen bezoeker van een gebouw. Natuurlijk is er de Arbo-wet, maar er zijn verschillende wetten, regels en afspraken rond brandveiligheid. Cala Safe is specialist op het gebied van brandveiligheid en kan u ondersteunen bij alle aspecten van brandveiligheid en uw bedrijf.

Brandveiligheidseisen in het Arbobesluit

brandveiligheid

Gebruikers van gebouwen moeten zelf nagaan welke brandveiligheid regels van toepassing zijn en daar naar handelen. De slogan; "De Brandweer heeft alles goedgekeurd" is volstrekt onvoldoende. Sterker nog: Indien niet in orde, bestaat een reële kans dat na een opgetreden van een calamiteit de verzekeringsmaatschappij NIET/of maar deels uitbetaalt.

In het Bouwbesluit is de brandveiligheid van gebouwen geregeld. Daarnaast stelt het Arbobesluit brandveiligheidseisen aan bedrijfsmatige activiteiten. Vooral het Arbobesluit legt een zware verantwoordelijkheid bij de gebruiker van bedrijfsmatige faciliteiten. Een gebruiks­vergunning is nog geen garantie dat die verantwoordelijkheid op de juiste wijze is ingevuld.
Een nieuw gebouw moet voldoen aan veiligheidseisen, waaronder brandveiligheidseisen. De verleende bouwvergunning is een redelijke garantie dat de brandveiligheid in orde is. Ook voor een bestaand gebouw gelden eisen. Daarnaast legt het Arbobesluit voor bedrijven aanvullende regelgeving op. Die heeft betrekking op de activiteiten die in het gebouw worden uitgevoerd. Vaak is bij oplevering van een gebouw nog niet voldoende bekend wat er tot de uiteindelijke sloop zoal gaat plaatsvinden. Activiteiten dienen weliswaar binnen de functie te vallen waarvoor de gemeente een bedrijfsvergunning heeft verstrekt, maar daarmee wordt nog niet voorkomen dat de oorspronkelijke brandveiligheid wordt verminderd.

Brandveiligheid en Gebruiksfuncties van gebouwen

brandveiligheid gebouwenEen gebouw mag alleen worden gebruikt is overeenstemming met zijn functie. Op grond van het beoogde functionele gebruik worden de bouwvergunning en vaak ook een gebruiksvergunning afgegeven. Verandering van gebruik en functie is niet toegestaan zonder dat een nieuwe vergunning wordt aangevraagd. In het brandveiligheids denken zijn preventie en repressie twee belangrijke aspecten. Ze zijn bepalend voor de omvang van mogelijke schade en aantallen eventuele slachtoffers. Wat is gedaan om te voorkomen dat brand uitbreekt en welke maatregelen zijn getroffen om zo snel mogelijk een uitgebroken brand te bestrijden? Hoe komen aanwezige personen zo snel mogelijk uit het bedreigde gedeelte? Is er een goed ontruimingsplan? Dit zijn belangrijke brandveiligheid vragen.

Veiligheidsketen

De tweeling 'preventie en repressie' is voor een betere beheersbaarheid van risico's uitgediept tot de zogenaamde veiligheidsketen. Deze bestaat uit: pro-actie, preventie, preparatie en nazorg van brandveiligheid. Proactie is een wat misleidende term voor intrinsieke veiligheid en zou even zo goed onderdeel kunnen uitmaken van brand preventie. Preventie heeft in de praktijk betrekking op die maatregelen die gegeven het bestaande gebouw en gegeven de bestaande activiteiten genomen kunnen worden om de kans op een calamiteit zo klein mogelijk te maken. Doel is het bereiken van een intrinsieke brandveiligheid. Dit houdt in dat de combinatie van gebouwontwerp en activiteiten nooit tot een zeer grote calamiteit mag leiden. Omdat een calamiteit niet is uit te sluiten, is preparatie nodig. Dit houdt in dat vooraf maatregelen worden getroffen om de gevolgen van een eventuele calamiteit te beperken.

Brandveiligheid en gebodswetgeving

brandveiligheid regelsHet Bouwbesluit is een voorbeeld van verbodswetgeving. Activiteiten zijn niet toegestaan zonder de bijbehorende vergunning. In het Arbobesluit is het anders geregeld. Daarin is sprake van gebodswetsgeving. Bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, mits de wettelijke arboregels worden nageleefd. Er wordt niet, zoals bij het Bouwbesluit, een vergunning verstrekt. De gebruiker van het gebouw moet zelf nagaan welke brandveiligheid regels van toepassing zijn en daar naar handelen. Het Arbobesluit kent een apart hoofdstuk `Inrichting Arbeidsplaatsen'. Een arbeidsplaats is elke plaats waar arbeid pleegt te worden verricht. Dat kan zowel buiten in de open lucht zijn als binnen in een kantoor, school of ziekenhuis. Het Bouwbesluit gaat alleen over inpandige activiteiten.

Belangenconflicten brandveiligheid

brandveiligheidNiettemin zijn er aspecten die zowel in het Bouwbesluit als het Arbobesluit terugkomen, zoals vluchtwegen, nooduitgangen en brandveiligheid. Wat het Arbobesluit betreft hebben de regels ook betrekking op uitpandige situaties. In enkele gevallen ontstaat altijd nog een belangenconflict. Zo stelt het Arbobesluit dat een deur in een vluchtweg en een nooduitgang op eenvoudige wijze in de vluchtrichting moet kunnen worden geopend. De vraag is of dat op afstand mag worden geregeld, via bijvoorbeeld een installatie voor centrale ontgrendeling. In principe moeten aanwezigen in een bedrijfsgebouw zich altijd zonder bijzondere hulpmiddelen (sleutel) in veiligheid kunnen stellen. (Er geldt een uitzondering op deze regel voor gebouwen die voor insluiting zijn bedoeld, zoals een gevangenis). Deze bepaling staat echter op gespannen voet met de beveiliging tegen insluipers. Een andere regel in het Arbobesluit stelt dat schuifdeuren, draaideuren en kanteldeuren niet als nooduitgang mogen worden aangemerkt, waardoor naast een dergelijke toegang altijd nog een aparte nooduitgang moet worden geplaatst.

Ontruimingsplan

brandveiligheid-planHet Arbobesluit stelt dat in geval van een calamiteit personen zo snel mogelijk naar een veilige plaats moeten kunnen vluchten. Ook het Bouwbesluit richt zich primair, weliswaar minder expliciet, op de veiligheid van personen. Dat houdt in dat in beide wettelijke regels een ontruimingsplan is vereist voor de brandveiligheid. De gebruiksvergunning eist zelfs dat jaarlijks een ontruimingsoefening wordt gehouden. Wettelijk moet binnen een kwartier na het ontdekken van brand volledige ontruiming hebben plaats gevonden. De bouwvereisten, zogenaamde brandveiligheidsvoorschriften, zijn ook op deze ontruimingstijd afgestemd.

Aanvalsplannen zijn de pendant van ontruimingsplannen. Ontruimingsplannen zijn bestemd voor aanwezige personen en gericht op het zich snel kunnen verwijderen van de plaats van ongeval. Aan aanvalsplannen zijn bestemd voor de hulpverleningsdiensten zoals de brandweer en zijn er juist op gericht de plaats van de calamiteit zo dicht mogelijk te kunnen benaderen. Ook dat laatste dient zo veilig mogelijk te kunnen gebeuren.

Beleid en toezicht brandveiligheid

In principe legt de overheid de verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid bij de normadressanten (eigenaar en gebruiker) neer. De eigenaar is verantwoordelijk voor de gebouwgebonden eisen, terwijl de gebruiker de eisen van de gebruiksvergunning dient na te leven. Beide worden geacht zich aan de wet te (blijven) houden m.b.t. brandveiligheid. De eigenaar heeft vooral met het Bouwbesluit te maken en het Arbobesluit is vooral van toepassing op de gebruiker. De overlap tussen beiden komt terug in de gebruikers-vergunning. Zo is het verboden om aanpassingen te verrichten, die de oorspronkelijke brandveiligheid verminderen. Een voorbeeld is het aanbrengen van een deuropening in een brand scheidende wand of het blokkeren van de vluchtweg. De overheid zelf moet echter zorgen voor doeltreffende, praktische en uitvoerbare regelgeving en handhaving. Als eenmaal de bouwvergunning is verleend, hebben de bouwer en de eigenaar aan hun verplichtingen voldaan. Ook als de vergunning niet terecht is afgegeven. De overheid dient hier dus zorgvuldig te werk te gaan. Verder dient in het kader van de gebruiksvergunning te worden nagegaan of de brandveiligheid eisen nog actueel zijn en of (een deel van) het gebouw niet het einde van zijn technische levensduur heeft bereikt. De regelgeving zit systematisch en doordacht in elkaar, maar is dermate complex dat het voor de eigenaar en gebruiker en vaak ook voor de overheid nog lastig is om aan de regelgeving te voldoen.

De aangesloten leden van de Inspectie Pre-calamiteitenzorg Nederland zijn daar juist in gespecialiseerd.

Brandveiligheidseisen

De brandweer toetst uw vergunningsaanvraag onder meer op de volgende eisen:

  • De doorrijdbreedte voor brandweervoertuigen is tenminste drie en een halve meter
  • Als een straat moet worden geblokkeerd, gebeurt dit in overleg.
  • De minimale doorrijhoogte is vier meter
  • Rond brandkranen wordt een meter vrijgehouden
  • Brandkraanbordjes blijven zichtbaar
  • Aansluitingen voor droge blusleidingen blijven vrij
  • Toegangen tot belendende percelen blijven vrij
  • Gewone uitgangen en nooduitgangen van bioscopen, cafés en dergelijke blijven vrij
  • De begin- en eindtijd van het evenement
  • Voor de doorvaart van een eventuele blusboot moet vijf meter vrij blijven
  • Containers en dergelijke staan minimaal 10 meter van gevels vandaan. Bij bijzondere gebouwen van cultuurhistorische waarde minimaal dat 15 meter.
naar boven

Ook de volgende onderwerpen zijn belangrijk:

  • De situering, constructie en inrichting van tenten of andere tijdelijke bouwsel
  • De plaatsing van inventaris
  • Toepassing van materialen van inventaris, aankleding en versiering
  • De vluchtroutes
  • Het maximum aantal toe te laten personen
  • Het gebruik van open vuur en bak- en braadapparatuur
  • Verwarming en verlichting
  • Brandmelding
  • Blusmiddelen
  • Situering en constructie van tribunes, podia en kramen
  • Situering en constructie van attractietoestellen en verkoopwagens
  • Inrichting en constructie van bakwagens
  • Brandstof, gasopslag, gasleidingen en –appendages, blusmiddelen van bakwagens
  • Situering en constructie van overkappingen

naar boven

De brandweer kan komen controleren of u aan alle brandveiligheidseisen voldoet.

Brandveiligheid Links